Lijn-gerelateerde infectie (CR)

 

 

Een lijn gerelateerde infectie dient alléén als complicatie te worden geregistreerd bij aanwezigheid van een centrale lijn ingebracht in:

Veneus:

·

vena subclavia,

·

vena  jugularis,

 

·

vena umbilicalis

·

vena femoralis

 

·

of een zgn silastic catheter (wanneer de tip hiervan in de thorax ligt)

Arterieel:

·

aorta

·

arteria pulmonalis

 

·

arteria umbillicalis

 

Wanneer de infectie optreedt binnen 24 uur na opname geldt dit niet als een PICU complicatie.

Wanneer een infectie optreedt binnen 48 uur na verwijderen van een lijn geldt dit als een PICU complicatie.

NB: wanneer de lijn gerelateerde infectie optreedt ná ontslag van de PICU, registreren we deze niet meer als PICU complicatie, omdat de betrouwbaarheid van de registratie onvoldoende zal zijn.

Zie beslisboom hieronder

 

Mogelijke lijn gerelateerde infectie

Voor registratie als lijn gerelateerde infectie moet aan één van de volgende criteria worden voldaan:

 

Criterium 1 (bloedkweek positief, geen huidflora):

Er zijn voor de patiënt één of meer, door het laboratorium gerapporteerde, positieve bloedkweken én het gekweekte micro- organisme is geen normale huidflora.

En

Deze bevindingen kunnen niet worden toegeschreven aan een infectie elders in het lichaam.

 

 

Criterium 2 (bloedkweek positief met huidflora)

2A De patiënt heeft minstens één van de volgende klinische verschijnselen van infectie in de bloedbaan: (koorts (>38°C) of koude rilling of hypotensie) of bij kinderen ≤ 1 jaar koorts >38°C rectaal óf hypothermie < 36°C, apneu’s of bradycardie.

En

Deze symptomen en de door het laboratorium gerapporteerde in het bloed gekweekte micro- organisme is niet afkomstig van een infectiebron elders in het lichaam.

En

Tenminste twee, op verschillende momenten, maar binnen 48 uur van elkaar afgenomen positieve bloedkweken met normale huidflora. .

 

2B De patiënt heeft minstens één van de volgende klinische verschijnselen van infectie in de bloedbaan: (koorts (>38°C) of koude rilling of hypotensie) of bij kinderen ≤ 1 jaar koorts >38°C rectaal óf hypothermie < 36°C, apneu’s of bradycardie.

En

Tenminste één, positieve bloedkweek met normale huidflora

En

Deze symptomen en de door het laboratorium gerapporteerde in het bloed gekweekte micro- organisme is niet afkomstig van een infectiebron elders in het lichaam.

En

Volgens het behandelteam is de patiënt dusdanig ziek dat er direct gestart wordt met antibiotica.

 

Bron: CDC/NHSN surveillance definition of health care–associated infection and criteria for specific types of infections in the acute care setting, Horan, Andrus en Dudeck, AIJC 2008.

NB: criterium 2B is volgens de strikte CDC/NHSN criteria géén ‘mogelijke lijnsepsis’, maar volgt de praktijk voor veel kwetsbare IC patiënten, denk aan immuungecompromitteerde patiënten of patiënten met vreemd materiaal in situ. Dit is voor de PICE werkgroep reden om deze als aparte categorie op te nemen.

Zie beslisboom blz.4

Noten:

1.

Normale huidflora: (diphtheroids [Corynebacterium spp], Bacillus [not B anthracis] spp, Propionibacterium spp, coagulase-negative staphylococci [including S epidermidis], viridians group streptococci, Aerococcus spp, Micrococcus spp)

2.

Indien bloedkweek positief voor normale huidflora: twee, op verschillende momenten, maar binnen twee dagen van elkaar afgenomen, positieve bloedkweken zijn, in combinatie met de overige criteria, voldoende.

 

3.

Wanneer de bloedkweken niet middels een venapunctie perifeer kunnen worden afgenomen, is het aanbevolen om twee bloedkweken uit verschillende katheterlumina af te nemen.

Bij voorkeur: Centraal veneuze lijn en arterielijn.

 

4.

Dubbel- en tripel-lumen lijnen tellen voor de registratie van katheterdagen als één lijn

 

5.

Volledige (Engelstalige) protocol: http://www.cdc.gov/nhsn/PDFs/pscManual/4PSC_CLABScurrent.pdf